De gemeente Den Haag wilde het gebied Binckhorst, dat tegenwoordig vooral bekendstaat om zijn industrie, bedrijven en kantoren, stap voor stap transformeren naar een meer leefbaar gebied waarin zowel zou kunnen worden gewoond als gewerkt. In dat kader had de gemeente Den Haag besloten om alvast vooruit te lopen op de Omgevingswet en in plaats van een gedetailleerd plan, zoals een bestemmingsplan, een wat ruimer geformuleerde omgevingsplan op te stellen. Zo is in het omgevingsplan Binckhorst grotendeels als “transformatiegebied” aangewezen, waarbij de gemeenteraad ervoor heeft gekozen om geen aparte bedrijfsbestemmingen op te nemen. Daardoor zijn binnen het transformatiegebied uiteenlopende activiteiten mogelijk.
Het argument hierbij was dat door het openlaten van de keuzes voor het inrichten van de wijk, er meer ruimte ontstaat om beter en sneller in te spelen op initiatieven van bewoners en marktpartijen. Toch dachten enkele ondernemers uit Binckhorst daar anders over, hetgeen geleid heeft tot een beroepsprocedure bij de Raad van State.
Op hoofdlijnen heeft de Raad van State geoordeeld dat deze manier van planologisch inrichten is toegestaan. In het plan is namelijk aangegeven dat de bestaande bedrijven in Binckhorst hun activiteiten, die zijn opgesomd in een tabel in het omgevingsplan, ongehinderd mogen voortzetten en uitbreiden. Enkel op het moment dat een bedrijf zou vertrekken, zou er ruimte ontstaan voor een nieuwe invulling van het gebied. Indien de gemeente zo een dergelijke nieuwe ontwikkeling in de buurt van een bestaand bedrijf wil toestaan, zouden daar de zogenoemde richtafstanden gelden, zoals bijvoorbeeld geluid, geur en gevaar. De Raad van State heeft geoordeeld dat de rechten van de bestaande bedrijven daarmee ook voor de toekomst voldoende zijn gewaarborgd.
Vervolgens heeft de Raad van State wel geoordeeld dat het omgevingsplan qua uitwerking op een aantal onderdelen in strijd is met de rechtszekerheid, namelijk als het gaat om de beschrijving van de toegestane bedrijfsactiviteiten. Zo zou niet duidelijk zijn aangegeven welke activiteiten nu precies zijn toegestaan. Volgens de Raad van State is de gemeenteraad gehouden deze onduidelijkheid en daarmee de rechtsonzekerheid voor deze bedrijven weg te nemen. Ook zouden verschillende regels in het omgevingsplan fouten bevatten die ook hersteld moesten worden.
Al met al is deze uitspraak erg interessant met het oog op de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierin valt namelijk enigszins te zien hoe de Raad van State straks om zal gaan met de beoordeling van dergelijke omgevingsplannen. In ieder geval is duidelijk dat een uitwerking van omgevingsplannen geen rechtsonzekerheid mag opleveren.
Heeft u vragen over dit artikel of de Omgevingswet, dan wel vragen over het omgevingsrechtelijke domein in het algemeen? Neem dan contact op met Sarah el Yaacoubi.
Omdat wij goed zijn in ons vak, kunnen we u helpen om uit te blinken in úw business. Wij hebben hart voor ondernemers en we geloven in duurzame partnerships. Daarbij denken we liever in oplossingen dan in belemmeringen. En we blijven altijd nieuwsgierig.
Stationsplein 17A 3818 LE Amersfoort
T +31 33 422 1900
M info@mend.nl