Op 8 juni is de memorie van antwoord gepubliceerd waarin er een aantal vragen is beantwoord over de nieuwe wet die ingaat op 2 augustus 2022. Er is een verduidelijking gekomen op het wetsvoorstel. De informatieplicht van werkgever wordt uitgebreid. De informatieplicht staat opgenomen in artikel 7:655 BW. Op dit moment bevat dit wetsartikel al een opsomming van gegevens die de werkgever ten minste moet verstrekken aan de werknemer. In de nieuwe wet wordt deze lijst verder aangevuld. Zo dient de werkgever voortaan ook informatie te verstrekken over onder meer de arbeidsplaats, de arbeidstijden, verlofregelingen, proeftijd, afzonderlijke loonbestanddelen zoals bonussen of toeslagen, het recht op scholing en andere aspecten bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Over dat laatste onderwerp zijn vragen gesteld.
Gevraagd is wat er bedoeld wordt met ‘de procedurele aspecten van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst’. Meer specifiek is gevraagd of de ontslaggronden opgenomen moeten worden. Hierop is geantwoord dat volstaan kan worden met een verwijzing naar de wettelijke bepalingen. De werkgever kan ten aanzien van procedures met betrekking tot de beëdiging van de arbeidsovereenkomst verwijzen naar de toepasselijke regelgeving in de cao en de toepasselijke wetgeving. Voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst betekent dit, dat volstaan kan worden met verwijzing naar de regels die zijn opgenomen in titel 7.10 van het BW, eventueel met een specifieke verwijzing naar de regels ten aanzien van de opzegging dan wel ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De ontslaggronden hoeven niet te worden opgenomen.
Ten aanzien van het nevenactiviteitenbeding is gevraagd waarom er geen aansluiting is gezocht bij het arbeidsrechtelijk criterium ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’ in plaats van ‘objectieve gronden’. Aangegeven is dat een verbod op nevenwerkzaamheden alleen aan de orde kan zijn als de werkgever dat schriftelijk heeft bedongen voor situaties waar de werkgever een objectieve rechtvaardigingsgrond heeft om het verbod in te roepen. Een zwaarwegend bedrijfsbelang is een lichter toetsingscriterium en biedt de werknemer minder bescherming dan de richtlijn en dat is niet toegestaan. Bij een objectieve rechtvaardigingsgrond moet getoetst worden of het verbieden van nevenwerkzaamheden doelmatig (passend en geschikt) en noodzakelijk (proportioneel) is om het zwaarwegend belang van de werkgever te beschermen. Ook de belangen van de werknemer worden meegewogen. Beoordeeld moet dus worden of het belang van de werkgever dusdanig is dat het belang van de werknemer om elders te kunnen werken moet wijken.
Op grond van de nieuwe wet is het nodig om de modellen arbeidsovereenkomsten aan te passen maar ook een eventueel arbeidsvoorwaardenreglement of personeelshandboek. Wij doen dit graag voor u!
Klik hier om de volledige memorie te lezen.
Behoefte om even te sparren? Bel gerust vrijblijvend met Tally of één van haar collega’s van team arbeidsrecht.
Omdat wij goed zijn in ons vak, kunnen we u helpen om uit te blinken in úw business. Wij hebben hart voor ondernemers en we geloven in duurzame partnerships. Daarbij denken we liever in oplossingen dan in belemmeringen. En we blijven altijd nieuwsgierig.
Stationsplein 17A 3818 LE Amersfoort
T +31 33 422 1900
M info@mend.nl