De Hoge Raad had al in 1999 bepaald dat een redelijke en op de praktijk afgestemde uitleg van art. 6:234 BW meebrengt dat aan de strekking van die regeling ook recht wordt gedaan, indien de wederpartij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met dat beding bekend was of geacht kon worden daarmee bekend te zijn. Maar wat nu als die bekendmaking niet is ontstaan door toedoen van de gebruiker maar berust op een toevallige omstandigheid? De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat ook in dat geval de wederpartij zich niet op vernietigbaarheid van (een beding in) die voorwaarden kan beroepen. De Hoge Raad gaat uit van een concrete, inhoudelijke bekendheid met die algemene voorwaarden ongeacht hoe de kennis van de algemene voorwaarden bij de wederpartij is ontstaan.
In de betreffende casus stond vast de betreffende algemene voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de koopovereenkomsten aan de gebruiker ter hand waren gesteld en haar ook anderszins niet een redelijke mogelijkheid was geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen zoals bedoeld in art. 6:234 lid 1 BW. De gebruiker van de algemene voorwaarden heeft echter kunnen bewijzen dat de statutair directeur van de wederpartij een cursus had gevolgd, waarin de betreffende algemene (branche)voorwaarden uitgebreid werden behandeld en die kennis wordt aan de wederpartij toegerekend.
Meer weten of vragen over dit onderwerp of andere ondernemingsgerichte kwesties? Neem gerust contact op met mij of 1 van mijn collega’s van Team Ondernemingen
Omdat wij goed zijn in ons vak, kunnen we u helpen om uit te blinken in úw business. Wij hebben hart voor ondernemers en we geloven in duurzame partnerships. Daarbij denken we liever in oplossingen dan in belemmeringen. En we blijven altijd nieuwsgierig.
Stationsplein 17A 3818 LE Amersfoort
T +31 33 422 1900
M info@mend.nl